6 februari 2018

Profiel


'Mijn naam is mijn gebed'
Collage van Edda over de betekenis
van haar naam: 'Grote Moeder'

“Mijn naam is mijn gebed”.
 Edda, bij geboorte 1954 ontvangen,  in de betekenis van ‘Grote Moeder’ wijst mij de weg.  
Ik begeleid al sinds 1980 mensen, vooral vrouwen, in veranderingsprocessen (groepen en individueel). Eerst als docente drama en van 1981 tot 1990 tevens als trainer in de Osho community. Later kon ik mijn talenten bij het UWV als gecertificeerd re-integratie/jobcoach goed gebruiken.
Het was in het voorjaar 1993 dat mijn mediamieke en helende vermogens vrij kwamen dankzij de Vergevingsprocessen van mijn leraar Edith Stauffer Ph.D. (1909-2004 †). Door verdere training heb ik deze kwaliteiten ontwikkeld en door jarenlange praktijk versterkt.
Ik ben oprichtster, visionair en facilitator van de Wijze Vrouwen Cirkel Nederland (1996-2014).  In de cirkel-methode die ik de afgelopen 25 jaar heb ontwikkeld, kristalliseert zich een veld van licht, kracht en liefde, waarin ieder kan ontspannen en zich gekend voelt. Beperkingen worden mogelijkheden en talenten komen tot leven.
Het dominante thema in mijn leven en werk is: Vergeving. En vooral het coachen van mensen in processen van Zelf-Vergeving geeft me vreugde en zingeving in mijn bestaan. Lees meer op: 
https://destillekrachtvanvergeving.blogspot.com/
Een aantal keer ben ik geïnterviewd voor krant en tijdschriften. Een gesprek met Claudia van der Sluis in de Koördanser (2004) en in de Gelderlander (2003) een artikel van Peter Deurloo.

We zijn vroedvrouwen van elkaars bewustzijn'
Door Peter Deurloo .
Artikel uit De Gelderlander van 24-01-2003


NIJMEGEN* - Vrouwen gaan te weinig uit van hun eigen kracht, vindt Edda van der Hoeven. Zij wil de vrouwelijke wijsheid bundelen en tot uiting brengen via Wijze Vrouwen Cirkels. "Ja, dat lijkt veel op wat heksen doen."

Ze komen bij elkaar in huiskamers. Oudere vrouwen die in een kring zitten. Wat ze met elkaar bespreken, is geheim. Met hun energie willen ze de wereld veranderen. Zijn het moderne heksen?
Edda van der Hoeven (48) uit de Lindenholtse wijk Voorstenkamp denkt het wel. Zij heeft het initiatief genomen tot een Wijze Vrouwen Cirkel. Een soort heksen. "Een heks leeft in een diep spiritueel contact met de aarde en met haar eigen lichaam. Zij geneest door het lichaam van de mensen weer contact te laten maken met de natuurlijke energie."

Die noties spelen ook in de vrouwencirkel een belangrijke rol. Aanstaande dinsdag komt de cirkel voor het eerst bijeen. Een kring van wijze vrouwen. "Een wijze vrouw is een vrouw na de overgang. Ze is vrij van het moederschap, haar carrière is gemaakt. Dan gaat haar aandacht meer naar de gemeenschap." En ze heeft ruimte voor spiritualiteit. "Die spiritualiteit willen we integreren in het dagelijkse leven."
 Ook mannen komen in een dergelijke fase terecht. Maar Van der Hoeven kiest bewust voor vrouwen. "Vrouwen hebben het spirituele het meest beschikbaar", meent zij. "Vrouwen zijn de zorgdragers voor de kinderen. Zij hebben het contact met het lichaam en met de natuur het directst voorhanden."

Navelstaarderig wil Van der Hoeven niet zijn. Het gaat er haar juist om de verworven wijsheid te delen. "Wat je in je leven bij elkaar gescharreld hebt, is bezonken. Dat wil je uitdragen. Het is een evolutionaire drive om je wijsheid en ervaring te delen. Maar je moet een drempel over om daarmee naar buiten te treden." De vrouwencirkel helpt deelneemsters over deze drempel heen te stappen. "Het gaat erom dat je je kracht in actie omzet. Dat kun je door deel uit te maken van de cirkel." Of zoals ze in haar folder schrijft: 'In de vrouwencirkel zijn wij vroedvrouw voor elkaars bewustzijn.' 
In 1996 startte ze haar eerste Wijze VrouwenCirkel in Amsterdam. Nu is het tijd voor een cirkel in Nijmegen. Maar eigenlijk zijn ze er al overal, die vrouwencirkels. Alleen noemen ze zich nog niet zo. Van der Hoeven wil via een landelijke stichting van vrouwencirkels contacten tussen de groepen stimuleren. "Ik wil dat vrouwen in heel Nederland elkaar aansteken."
Volgens haar is er in Nederland al heel wat bereikt op het gebied van spirituele bewustwording sinds de jaren zeventig. Zij is ervan overtuigd dat de groei van het aantal vrouwencirkels een effect heeft op het collectieve bewustzijn van de Nederlanders. De bioloog Rupert Sheldrake veronderstelt het bestaan van een dergelijk bewustzijn. In de praktijk zou het betekenen dat als veel mensen of dieren iets hebben geleerd het voor volgende groepen en generaties steeds gemakkelijker wordt hetzelfde te leren. "
 Er wordt een bewustzijnsveld gecreëerd dat steeds sterker wordt", zo is Van der Hoevens overtuiging. Ze legt een boek van Jean Shinoda Bolen op tafel waarin dat principe beschreven wordt. Van der Hoeven: "Hoe meer cirkels, hoe meer effect. Als we een miljoen cirkels hebben dan kan dat de hele mensheid gaan inspireren." Een begin daarvoor ligt in de Voorstenkamp.

*van 1999 - 2003 woonde Edda in Nijmegen.


Gepubliceerd in Koörddanser maart 2004
Auteur: Claudia van der Sluis.

Edda van der Hoeven: ‘Vrijheid is een staat van zijn.’
Edda van der Hoeven organiseert Wijze Vrouwencirkels. Het is haar ideaal om er een jaarlijks, nationaal, terugkerend gebeuren van te maken. Een platform waarin vrouwen elkaar kunnen vinden en steunen. Waar iedereen kan inhaken en met elkaar de ervaring van het vrouwelijk principe gedeeld wordt. Vanuit de kracht die door het samenzijn ontstaat kunnen wezenlijke dingen ontwikkeld worden. Binnen twintig jaar zou de Wijze Vrouwencirkel een begrip kunnen zijn ten dienste van de gemeenschap. Om zo’n groots plan werkelijkheid te laten worden is veel wilskracht nodig. En die heeft Edda.
Zwerfster op zoek.                                                                                    Ergens vlakbij Arnhem woont Edda van der Hoeven in een huisje op het platteland te midden van boeren, uitgestrekte graslanden en bossen. Ze is hier op haar plek, vertelt ze, en dat is uitzonderlijk want ze is in vijfentwintig jaar tijd maar liefst veertig keer verhuisd. Altijd onderweg, een zwerfster op zoek. Een jaar geleden streek ze hier neer. 


Edda’s ouders zijn allebei geboren en getogen in Nederlands-Indië en zaten daar vier jaar in een jappenkamp. In 1946 kwamen ze terug naar Nederland.
‘Ik heb me niet vanuit mijn achtergrond kunnen wortelen,’ zegt Edda als verklaring voor haar vele woonplaatsen. ‘Dat gevoel heb ik pas later gekregen. Toen ik in Utrecht studeerde maakte ik jarenlang dagtochten met mijn oma en leerde ik Nederland kennen.’
De vrouw tegenover mij komt stabiel over, met haar ‘hoeven’ stevig in de aarde. Haar naam zou Moeder Aarde betekenen. De verbondenheid die de mens Edda voelt met Moeder Aarde is misschien wel altijd een grond geweest voor haar innerlijke zoektocht: naar verbinding, naar overgave, naar vrijheid.
Het zwerven is nu voorbij. Twee jaar geleden kwam ze letterlijk tot stilstand doordat haar knieën weigerden haar verder te dragen. Door overbelasting lag ze een jaar op de bank. Het was een periode van loslaten, van bezinning. ‘Het zoeken is gestopt,’ zegt ze nu. ‘Maar de ontwikkeling gaat gewoon door.’ Ze is gelukkig weer helemaal hersteld en heeft zich er geen moment onder laten krijgen. Ze was altijd al een knokker met een onverwoestbare wilskracht. De tijd op de bank gebruikte ze om na te denken over haar leven, om afscheid te nemen van haar idealen en oude liefdes, maar vooral ook om zich voor te bereiden op haar nieuwe levenstaak: het organiseren van de vrouwencirkels, geïnspireerd door het boek van Jean Shinoda Bolen: godinnen in de ouder wordende vrouw.

Jappenkamp

Negenenveertig wordt ze op 28 december. Een winterkind, geboren in het jaargetijde waarop de wereld zich klaarmaakt voor loslaten, afscheid nemen. En ook dat is een thema dat in haar leven steeds terugkomt.
Edda’s vader was een marine officier die met tussenpozen steeds anderhalf jaar op zee vertoefde. Wanneer hij thuiskwam was de vreugde groot, maar van korte duur.
Op haar vijfde beleefde ze de eerste grote ruzie van haar ouders. ‘Ik weet nog hoe wij drieën, mijn broer, zus en ik, om mijn moeder heen zaten. Verdrietig zei ze tegen ons: ‘Pappa houdt niet meer zoveel van mamma.’ Mijn wereld stortte in. Het kwam ook nooit meer echt goed tussen die twee. Ze zijn gescheiden toen ik acht jaar was.’
Edda zou haar vader, die nog drie keer trouwde, gedurende haar jeugd altijd blijven missen omdat ze hem maar weinig zag en in haar tienertijd heel lang geen contact met hem had. Haar moeder stond er voortaan alleen voor met drie kinderen en zou haar leven lang alleen blijven. Na haar scheiding ging zij als onderwijzeres werken en later als lerares aan een middelbare school tot aan haar pensioen. Een bijzonder zelfstandige vrouw, omschrijft haar dochter haar. ‘Heel sterk, met een enorme wilskracht.’
‘Is zij voor jou een voorbeeld voor de kracht die je nu ook in de Wijze Vrouwencirkels vindt?’ vraag ik haar.
‘Zeker, maar ook een voorbeeld van hoe fout het kan gaan. Mijn moeder heeft in dat jappenkamp tussen het hamer en aambeeld gezeten. Zij werd door het kamphoofd, die ze de Jap noemde, aangewezen als hoofd van een wijk waar ze de verantwoordelijkheid kreeg voor het goede gedrag van wel honderd vrouwen. De Jap was voor een japanner een grote vent die verschrikkelijk hard kon slaan. Mijn moeder moest vier jaar lang voor hem buigen. Voor de vrouwen daar was ze min of meer zijn vertegenwoordiger. Dat heeft een soort van paranoia veroorzaakt. Sommige dingen kon ze beslist niet verwerken. Op het eind van haar leven is ze geestelijk ernstig ziek geworden. Ik heb een ongelooflijke bewondering voor mijn moeder dat ze zich zo staande heeft weten te houden. Haar leven lang heeft ze tot op het laatste moment haar waardigheid behouden. Haar overlevingskracht was onwaarschijnlijk.’
Het is even stil. ‘We hadden een heel intense band. Maar ik leefde ook vaak in een groot conflict met mijn moeder. Ze had zo’n controledrang.’


Emoties
Op haar zeventiende pleegde een klasgenoot zelfmoord. Ze was er kapot van. Die gebeurtenis zette haar aan het denken, want het betekende dat er een keuze was om uit het leven te kunnen stappen. ‘Ik was de spiegel van mijn moeder, een beheerst, wijs oud meisje. Ik wist alles, had alles onder controle. Ik realiseerde me dat ik mijn leven geen pest aan vond.’
Toen ze rond haar achttiende ontdekt had dat ze verliefd werd op vrouwen was dat heel verwarrend, want ze was opgevoed met het idee dat ze ooit zou gaan trouwen en kinderen zou krijgen. Haar moeder vond dat ze geen toekomst had, Edda zelf voelde zich op school nog meer een buitenbeentje.
Zodra ze ging studeren aan de academie voor expressie in Utrecht veranderde Edda’s leven compleet. Ze ontdekte al gauw dat de wereld anders in elkaar zat dan ze had geleerd.
‘Je moest opeens je eigen bron vinden, improviseren vanuit je eigen emoties,’ zegt ze. ‘Mijn emoties waren veel te bedreigend voor me, daar kon ik helemaal niet bijkomen. Wat ik wilde, voelde, of kon wist ik niet precies. Ik kopieerde. Van mijn moeder had ik het ene gebaartje overgenomen en van mijn broer weer iets anders. Maar wie ik zelf was? Geen idee.’
In Utrecht ontmoette ze vrouwen van de leeftijd van haar moeder die wel positief waren, ondanks vreselijke gebeurtenissen die ze hadden meegemaakt. Ze deed pogingen haar moeder ervan te overtuigen dat ze niet verbitterd hoefde te zijn.
Edda zegt over die tijd: ‘het was zo moeilijk om haar te bereiken. Ze had gewoon teveel meegemaakt en kon niet meer ontvankelijk zijn. Ik was dat nou juist als een gek aan het ontwikkelen, want ik had natuurlijk ook geleerd hoe ik juist níet moest ontvangen en dat tot kunst verheven. Rechtop, de boel onder controle, doen en scoren maar.’
‘Wat deed je om haar te bereiken?‘
‘Brieven schrijven. En discússies. Urenlang aan de telefoon. Ik zie me nog staan.’
Op haar eenentwintigste besloot Edda haar vader op te zoeken die ze zes jaar lang niet had gezien. ‘Ik durfde het mijn moeder niet te vertellen. Het voelde als verraad en ik werd heel depressief. Ik was zo verscheurd.’ Ze zocht hulp, maar het duurde pas tot 1981 voor ze de goeroe vond die haar eerste leermeester zou worden op het pad van de zelfontwikkeling.

In 1981 werd Edda sannyasin van Osho en trok in bij een commune in Utrecht. Ze was net afgestudeerd als docent drama en werkeloos. ‘Het was een heel aantrekkelijke commune, een prachtig circus. Net zevenentwintig was ik, helemaal in de opstand. Eindelijk kon ik me aansluiten bij een gemeenschap die het anders wilden doen in de maatschappij. Een waanzinnige tijd.’ Ze grinnikt en zegt: ‘Ik weet nog dat ik het mijn oma, waarmee ik vijfenzestig jaar scheelde, wilde vertellen. Maar hoe vertel je je oma, de dochter van een dominee, dat je sannyasin bent geworden. Dat je in het rood loopt met een ketting en een foto van die man met die baard? Moeilijk hoor. Maar oma reageerde verrassend nuchter. “De katholieken hebben toch ook een kruis om hun nek,” zei ze.
“Oh ja oma, ik woon in een commune,” zei ik toen maar meteen.
En oma, die de commune Walden van Frederik van Eeden heeft meegemaakt in haar tijd zei: “Waar allen luieren daar eet niemand.”
Er was geen sprake van luieren. Het was zeven dagen van de week keihard werken. Vooral dat met elkaar dingen maken en bewerkstelligen, het delen van dezelfde visie, de gemeenschap, dat was wat ik daar vond. Ik was ervan overtuigd dat ik de wereld ging veranderen.
“Och,” zei mijn oma, “dat gaat ook wel weer over.”

Van 1981 tot 1984 woonde Edda in de commune, een belangrijke tijd in haar leven.
Ze verklaart: ‘Ik leerde daar hoe je je shit, je woede en je blijheid kon uiten. Er was ook veel haat en nijd en een enorme hiërarchie waar mensen elkaar om de oren sloegen met de woorden van de leraar. De norm in onze maatschappij is onderscheiden en concurreren, maar dat vind ik geen waardig leven. Het is goed om concurrentie te hebben, maar niet tegen elkaar. Het gaat om samen iets bewerkstelligen waardoor het leven een beetje mooier wordt dan het nu al is.’
Het overlijden van Osho kwam als een schok. ‘Gek genoeg was het ook een opluchting. Ik voelde me een beetje verplicht om nog steeds naar die bijeenkomsten te gaan terwijl ik me er niet meer thuis voelde. Je bent tenslotte toch sannyasin.’
Ze noemt Osho een wereldleraar. ‘Een van zijn belangrijkste doelen was om de meditatie, de stilte in de wereld te brengen. Want de wereld gaat aan zichzelf en de ambitie van meer, groter en beter ten onder. Maar dan kun je met elkaar in de Himalaya gaan zitten mediteren en een vreselijk verlicht liefdevol leven leiden, maar aan de voeten van je meester is dat licht in jezelf al heel snel geleend licht. Osho stuurde de mensen de wereld in. “Ga dat licht in de wereld in jezelf ontwikkelen,” zei hij.
‘Hoe?’ vraag ik.
Peinzend: ‘Ja, hoe? Dat is dus de worsteling. Altijd.’
Als autonoom mens door het leven willen gaan, wat dat was de boodschap, bleek niet eenvoudig. ‘Je wordt natuurlijk constant geblokkeerd vanwege de manier waarop je bent opgevoed,’ zegt ze. ‘Het was een langdurige strijd om mezelf te deconditioneren.’
Pas na de dood van haar ouders die na elkaar overleden - haar moeder in 1999 en haar vader in 2000 - had ze het gevoel dat ze energie terugkreeg, dat ze eindelijk van zichzelf was. Van beide ouders heeft ze liefdevol afscheid kunnen nemen.
‘Ik had alles met ze uitgewerkt, er was alleen nog liefde,’ zegt ze. ‘Het was klaar en het is helemaal goed geweest. Het was ook tijd hoor.’


Loslaten
In haar zoektocht naar vrijheid heeft ze leren loslaten en leren vergeven. ‘De essentie van vergeven is het loslaten van verwachtingen,’ zegt ze. ‘Dat leerde ik van Edith Stauffer, een Amerikaanse professor in de psychologie waar ik een workshop bij volgde in 1993. Edith zei: “als je een werkelijke vergeving hebt gedaan zul je dat in je omgeving merken. Wees bereid, er kan plotseling iemand overlijden met wie je nog een band had. Maar die kan je dan loslaten.”
Een jaar later was ik bij mijn moeder op bezoek in het psychiatrisch ziekenhuis waar ze was opgenomen. Ze kon moeilijk spreken omdat ze steeds kleine hersenbloedinkjes had. Zomaar ineens zei ze: “Ik zou zo graag de Jap nog eens willen ontmoeten. Ik zou hem in de ogen willen kijken.”
Ik begon innerlijk helemaal te schudden. Ik dacht nog, hier ben ik voor gewaarschuwd. En ik zei: “wat zou u dan zeggen?”
Mijn moeder werd helemaal opgewonden. Het was zo emotioneel dat ze niet meer uit haar woorden kon komen. Ik zei heel voorzichtig: “zou u willen zeggen dat u hem vergeven heeft?”
Toen begon ze te huilen van blijheid. Ze pakte mijn hand en zei: “jij weet altijd zo goed wat ik bedoel.”
Tot mijn stomme verbazing heb ik ontdekt dat een mens nog kan groeien al breken de hersenen af. Dat vond ik heel bijzonder en indrukwekkend om mee te maken. Ik ben er zo blij mee dat ze dat heeft kunnen zeggen. Mijn moeder keek ook heel anders naar mijn vader dan vroeger, ook hem had ze vergeven.

De workshop bij Edith Stauffer betekende voor Edda op verschillende manieren een omslag.
Ze vertelt: “Edith leerde me luisteren naar mijn innerlijke stem. Je kon vragen stellen in jezelf in stilte en dan ontving je een antwoord. Ik had de vraag nog niet gesteld of ik kreeg hele lezingen in mij te horen. Iemand vertelde me dat het spirituele gidsen waren, begeleiders in de spirituele dimensie.’
Edda besloot het gebied te verkennen maar kwam al gauw met beide benen op op de grond toen ze zag dat er onderling een merkwaardige concurrentiestrijd tussen de channelers aan de gang was. ‘De een channelde wezens van Sirius, weer een ander channelde Jezus en een derde kwam met Boeddha.’ Ze schatert het uit: ‘Ik kon ze allemaal channelen. Waar zijn we nou mee bezig, dacht ik. Mijn antwoorden kwamen allemaal op hetzelfde neer. En ik begreep ineens hoe het collectief bewustzijn beschikbaar is voor ons allemaal. Er is gewoon een energieveld beschikbaar en daar kun je zzzzz (maakt zoemgeluid) met je antenne op afstemmen. Als ik met een bepaald thema in mijn leven bezig ben dan trek ik een bepaalde energie aan vanuit het universum. Je werkt als een magneet. Energie is wat mij betreft voor ons allemaal beschikbaar. Je kunt je er op afstemmen en er je inspiratie in vinden, maar dat vereist wel een zekere gevoeligheid.’

Niet lang daarna ontmoette ze de volgende leraar die van onschatbare waarde was bij haar ontwikkeling: Andrew Cohen. Hij gaf haar de aanzet om te onderzoeken naar wat vrijheid voor haar betekende.
‘En wat is vrijheid voor jou dan?’ vraag ik haar.
‘Loslaten, overgave. Dat kan ook niet anders, als je zo bent opgevoed als ik. Vrijheid is een staat van zijn. Een perspectief.’ Ze aarzelt even. ‘Je vraagt nu eigenlijk of ik het onbenoembare wil benoemen.’


Wijze Vrouwen
Haar hang naar vrijheid en het onderzoek daarnaar is misschien ook de reden waarom zij die Wijze Vrouwencirkel organiseert, merk ik op. De stem van vrouwen laten horen die lang in een bepaald rollenpatroon hebben gezeten en misschien nooit voldoende hun zegje hebben kunnen doen. En dat terwijl wij zoveel van hen kunnen leren. Dat beaamt ze.
De eerste Wijze Vrouwencirkel was in 1996. Edda was toen net terug uit Amerika waar ze tijdens een conferentieweek getuige was geweest van de vrouwencirkels die daar werden georganiseerd met groepen van vijfenzeventig vrouwen. Vol overtuiging: ‘Het was ongelooflijk. Zo’n power! Professioneel en daadkrachtig.
Bij een van de workshops riep iemand: ‘We have to wake up the grandmothers!’
Op dat moment was ik me juist aan het verdiepen in het boek de Edda. Die zin bleef dus hangen bij me: de Edda, grootmoeder, Grote Moeder. Ik moest daar wat mee.’

Ze benaderde een aantal vrouwen van ongeveer zeventig jaar die ze kende van eerdere workshops. ‘Het was voor hun heel bijzonder om als eerste ervaring in een groep te zijn waar ze niet de uitzondering zijn, maar waar een klankbord is en een luisterend oor, waar ze de dingen konden vertellen die ze zelf beleefden. Dat bracht een grote intimiteit en een liefdeskracht. Vrouwencirkels zijn gewijde cirkels. Op het moment dat we in de cirkel gingen zitten kon je het bewustzijn, de energie voelen.‘
‘Wat heeft die veel oudere vrouw wat een vrouw van veertig of vijftig niet heeft volgens jou?’ vraag ik.
‘Tussen je vijfentwintigste en vijfenveertigste wil je de wereld laten zien wat je kan. Een vrouw die de zestig gepasseerd is kan de dingen veel beter vanaf een afstand beschouwen. Bij vrouwen van boven de zestig is de werkelijkheid van het bestaan zo doorgedrongen dat het ego is geslepen. De wilde haren zijn weg, er is meer afstand en meer diepgang. Zo’n vrouw is meer op de gemeenschap gericht. Niet meer op zichzelf en haar gezin, de carrière, het mooie huis. Zij kijkt als het ware over het eigenbelang en het belang van de grenzen heen. En dat is wat we nodig hebben in deze maatschappij.’

Edda organiseert de vrouwencirkels nu ook in Nijmegen. Ze legt uit wat de Wijze Vrouwencirkel voor haar betekent en wat ze ermee wil uitdrukken. Een centrum van bewustzijn, noemt ze het.
‘Dus het gaat om vrouwen bewust maken van hun vrouwenkracht?’
Ze knikt bevestigend. ‘De kwaliteiten van het vrouwelijke, dat ook gerepresenteerd wordt in de enorme stuwkracht van de baarmoeder om iets naar buiten te brengen, worden in ons dagelijks leven onderdrukt. Wij leven in een patriarchale, kapitalistische maatschappij. Maar als wij niet veranderen, als ik het niet doe, wie dan?’
Ze is in de groep de facilitator, de begeleider die het proces bewaakt en kanaliseert.
‘Dansen jullie, zingen jullie, heb je een bepaald thema of doel dat je bespreekt?’
‘Wisselend. Ik leg van te voren uit wat voor mij de principes van de vrouwencirkel zijn en welke afspraken we met elkaar maken. We bepalen samen wat er gaat gebeuren.’
‘Wat is het verschil tussen een Wijze Vrouwencirkel en een praatgroep of de vrouwenhuizen uit de jaren zeventig?’
Volgens Edda wordt er vanuit stilte en in afstemming gewerkt. ‘De cirkel is het steunpunt, de plek waar je ongegeneerd jezelf kunt zijn en je kunt uiten zonder dat er onmiddellijk aan je geplukt en getrokken wordt. We zijn getuigen van elkaar, zónder dat het ervarene ter discussie wordt gesteld.’
Er wordt niet gewerkt met de kracht of de cyclus van de Maan, behalve wanneer dat als thema ter sprake komt. De cirkel is verder niet meer gebonden aan een bepaalde leeftijd maar is voor vrouwen van alle leeftijden.
Ik vraag me hardop af of zij die vrouwen door haar wilskracht in beweging wil brengen, of ze ze iets wil aanreiken.
‘Oh nee joh!’ schrikt ze. ‘Ik ben alleen degene die een situatie creëert, die een gedrevenheid en een bepaalde ervaring heeft. Als wij in een cirkel samengaan dan kan er iets, wij dus, groeien. Dan kunnen wij onszelf bevrijden. Daarmee vinden we meer bestemming en zingeving in ons leven. Dát is wat ik deel. Het enige wat ik wil is anderen aansteken.’
Op mijn vragende blik zegt ze: ‘Het is zó de moeite waard om alles te geven. Ik heb alles gegeven en ik heb alles teruggekregen. En meer! Het is een altijd aanwezige vreugde. Af en toe komt er ruis. Dan is daar het geconditioneerde denken weer. Maar dat centrum blijft zoemen. Iedere keer gaat het weer open en komt er meer energie ter beschikking. Het is bij mij dus meer de intentie van het kunnen verbinden. Het is de verwezenlijking in mezelf van die innerlijke vrijheid die duwt. Mijn hele persoonlijke verhaal staat in dienst van dit. Het gaat om keuzes maken. Bij alles wat je doet.’
‘De keuze die jouw moeder niet kon maken?’
‘Ze heeft dat niet gekund. Dat is ook mijn drijfveer geweest. Mijn moeder is mijn grootste weerstand en mijn grootste stimulans geweest. Ik wilde haar laten zien dat het kon.’ Haar stem gaat omhoog: ‘Ik wilde mijn moeder in het licht trekken!’

Edda heeft spelregels ontworpen, voorwaarden voor de vrouwencirkel om met elkaar te kunnen communiceren want valkuilen zijn er ook. Natuurlijk. Vrouwen hebben de neiging elkaar adviezen te gaan geven maar dat is niet de bedoeling van de Cirkel. ‘Je zit er om je verhaal te doen en je stem te laten klinken. En dan in de stilte te laten gebeuren wat er is. Maar stilte is ook heel bedreigend,‘ legt ze uit. ‘Geen oplossingen hebben. Dat is heel eng.’
‘Wat zijn die voorwaarden?’
‘Luisteren naar elkaar. Iedere reactie die je hebt houd je voor jezelf. We praten buiten de cirkel niet over wat er inhoudelijk in de cirkel besproken wordt. Dat wil dus ook zeggen dat je zorgzaam met de cirkel omgaat. Nee, dat lukt niet altijd, commitment is voor velen erg moeilijk. En gezelligheid is ook een valkuil. Je kunt blijven ‘beppen,’ terwijl je elkaar zit te bevestigen. Maar waar heb je het dan eigenlijk over? We zijn juist bij elkaar om in dat gebied te komen waar we het eigenlijk niet meer weten, waar we raakbaar zijn. Als het lukt iets met elkaar op te bouwen dan gebeurt er iets dat groter is dan de verzameling van vrouwen. Dan wordt de cirkel de goeroe.’